Functioneren tribaal gezag in Suriname staat ter discussie

Basya van het dorp Lespansi aan de Surinamerivier. Foto Ewout Lamé

De status van kapiteins en basya’s bij hun gemeenschappen brokkelt af. Aan de andere kant willen dorpshoofden meer politie-inzet en hogere vergoedingen om hun autoriteit te ondersteunen. Het traditioneel gezag stond vorige week ter discussie in de Nationale Assemblee.

PARAMARIBO — “Den sma bel mi soso fu prey moy”, is de klacht van hoofdkapitein Eddie Fonke van Nieuw Lombé en Klaaskreek. Het dorpshoofd volgde in 1981 zijn vader op. De tijden zijn veranderd, merkt hij met spijt op. “Ik heb de hulp van de politie nodig om de orde te bewaken, want jongeren luisteren niet meer naar mij.” Maar als hij ze belt, krijgt hij te horen: het is úw taak om de dorpsbewoners aan te pakken.

Het traditioneel gezag is niet wettelijk erkend, maar wordt wel geaccepteerd door de overheid. De gezagsdragers vervullen belangrijke functies in het binnenland: ze moeten de orde binnen hun gemeenschap bewaren en ze zijn tegelijkertijd het gezicht van het centraal gezag. Kapiteins en basya’s krijgen daarvoor een honorarium van SRD vijfhonderd per maand. Maar er is ook kritiek op het systeem. Jongere generaties zouden zich weinig aan hun traditionele leiders gelegen laten liggen. Te veel personen zouden als gezagsdrager worden voorgedragen. Sommige kapiteins zouden niet meer in hun dorp wonen, zodat hun gemeenschappen aan hun lot worden overgelaten.

Contact houden

“De wereld staat niet stil, maar het systeem wel”, vat parlementariër Ronny Asabina (BEP) het samen. Het is volgens hem eerder regel dan uitzondering dat kapiteins niet in hun dorp wonen. “Dat is te begrijpen als ze bij Suralco of de overheid werken”, tekent Asabina aan. “Maar ze moeten contact houden met hun gemeenschap. Wat doe je als een kapitein na zijn benoeming in het buitenland gaat wonen en zijn dorp geen besluiten kan nemen in zijn afwezigheid?” Volgens hem moeten de gemeenschappen evalueren of hun gezagsstructuur goed functioneert. “Ik wil er geen waardeoordeel over uitspreken. Laat de mensen zelf dat doen.”

De benoemingsprocedures zijn nu te ondoorzichtig, vindt zijn collega Stuart Jabini (NDP). “Voor iedere gemeenschap zijn ze anders, het heet niet voor niets ‘traditioneel’. Maar die tradities moeten bestudeerd en vastgelegd worden. Dan kunnen mensen er niet mee aan de haal gaan, voor politieke benoemingen bijvoorbeeld.” Volgens Asabina kwam het recent voor dat door de regering gezagsdragers aanwees zonder te overleggen met het stamhoofd. “Granmans van de nieuwe generatie benoemen maar raak”, zegt Jabini bovendien. “De overheid kan veel benoemingen niet formaliseren omdat de kandidaten niet voldoen.” Volgens hem is het een misverstand dat die voordrachten automatisch moeten worden erkend door de overheid.

Wildgroei

Bij de inheemsen is van wildgroei geen sprake, aldus Ricardo Pané. Hij is kapitein van Galibi en voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden (VIDS). In Marowijne heeft ieder dorp een reglement, legt hij uit. Pané: “Het aantal bestuurders ligt vast”. Bovendien kennen de inheemsen geen benoemingen voor het leven meer. “In het westen noemen ze het democratie, wij noemen het collectiviteit. We willen iedereen bij de besluitvorming betrekken. Sommige dorpen gaan voor verkiezing, andere voor aanwijzing van leiders”, zegt de kapitein.

Pané en Fonke vinden hun honorarium te laag. “Als je gezag hebt kun je geen dubbele functie hebben”, zegt Pané. Hij zegt dat zijn gezag een grote verantwoordelijkheid is. “Je moet je gemeenschap tot ontwikkeling brengen, werken met projecten, fondsen zoeken. Dat zou problemen geven als ik daarnaast in de stad zou werken.” Vroeger kwamen de hoofden uit de elite van de stammen, maar nu behoren ze juist tot de economisch kwetsbare groepen, vermoedt DNA-lid Asabina. “Ze moeten bij dorpsgenoten aankloppen voor een stukje zeep of een pakje brood.” Dat ondermijnt hun gezag ook, volgens de afgevaardigde uit Brokopondo.

Vechtpartij

Kapitein Pané denkt dat het onvermijdelijk is dat de politie actiever wordt in het binnenland. “Je moet de veiligheid garanderen”, legt hij uit. “Een vechtpartij kan ik nog afhandelen, maar een moord of verkrachting niet.” En dat is niet alleen in het belang van de gemeenschappen, tekent hij aan. “Galibi is een toeristisch dorp.” Pané en Fonke willen ook een budget voor de ontwikkeling van hun dorpen.

Het aanzien van het traditioneel gezag is te herstellen, volgens Asabina. Hij wil duidelijkheid in de relatie tussen dorpshoofden en de districts- en ressortsraden. “Dat is nu een wanverhouding.” Asabina en Jabini pleiten voor een secretariaat om het traditioneel gezag te ondersteunen. Asabina: “Hoe kunnen ze met grote projecten omgaan als ze niet kunnen lezen of schrijven? Hoe kunnen ze overleggen met de president als de deskundigen die ze meebrengen worden geweerd van het kabinet?” Jabini: “Er moeten verslagen worden gemaakt van vergaderingen.”

Jabini meent dat het binnenlands gezag erkend moet worden in de nieuwe grondwet, waar nu aan gewerkt wordt. Vids wil al jaren juridische erkenning van landrechten en de machtsstructuur. Pané: “Ik hoop dat dat in de nieuwe grondwet komt.”.-.

Met medewerking van Agatha Castillo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s