Traditioneel gezag krijgt hoger honorarium – maar is niet tevreden

PARAMARIBO — Dignitarissen in het binnenland krijgen een hoger honorarium. De maatregel gaat met terugwerkende kracht in vanaf 1 mei. De laatste aanpassing dateerde van 2008.

Kapiteins ontvangen SRD 619 per maand in plaats van 539; granmans gaan er met SRD 245 op vooruit naar SRD 1.884. Het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) heeft deze bedragen vastgesteld vanuit de eigen begroting. “We hebben gekeken wat we de gezagsdragers nu al konden bieden”, licht minister Stanley Betterson toe.

Kapitein Ricardo Pané van Galibi, tevens voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden (VIDS), is nog niet op de hoogte van de verhoging. Hij is niet tevreden, zegt hij. “Als kapitein kun je er eigenlijk geen baan naast hebben. Maar hoe moet je hiervan leven?” aldus Pané.

Het ministerie is zich daarvan bewust, maar gaat ervan uit dat boslandbestuurders aanvullende middelen van bestaan hebben, aldus RO. “We zijn niet in staat om ze een loon te betalen, omdat ze niet onder het ministerie vallen”, benadrukt de minister. “We hebben geen formele relatie met ze. Dit honorarium is een uiting van onze acceptatie van en respect voor het feit dat ze al eeuwen hun gemeenschappen besturen.”

Vrouwelijke basya’s

Volgens RO leent de traditionele gezagsstructuur zich niet voor hogere vergoedingen. “Als we meer geld zouden geven, zouden we ook meer controle op de selectieprocedure van leiders moeten uitoefenen. Maar dat is nu juist het prerogatief van de stammen”, zegt de bewindsman.

Een budget voor volksontwikkeling kunnen de hoofden dan ook niet verwachten. “De gemeenschappen kunnen altijd een beroep doen op de districtscommissaris”, verduidelijkt Betterson. “Verder kunnen ze verenigingen opzetten en aan fondsenwerving doen. Er zijn legio mogelijkheden, waarbij het ministerie ze kan ondersteunen.”

Volgens gegevens van het departement kent Suriname vier granmans, vijf stamhoofden, 34 hoofdkapiteins, 347 kapiteins, 52 hoofdbasya’s en 1.213 vrouwelijke basya’s. Die laatste categorie groeit volgens het ministerie. “Het is een voorwaarde dat de basya altijd in het dorp is”, legt de minister uit. “Omdat veel mannen het dorp verlaten voor werk zien we een sterke toename van het aantal vrouwelijke basya’s.”

Ze krijgen minder vergoeding dan hun mannelijke collega’s: SRD 354 in plaats van 455. Volgens Betterson is dat een overblijfsel uit het verleden. “Met de huidige gendergelijkheid zullen we dat moeten aanpassen.” Over het algemeen ziet hij geen stijging van het aantal benoemingen. Onlangs werden in De Nationale Assemblée daar vragen over gesteld.

Betterson is lid van de grondwetscommissie en heeft ervoor geijverd dat het traditioneel gezag in de nieuwe constitutie wordt verwerkt. “Dat kan in een simpel artikel: gewoon dat het bestaat”, aldus de minister. “De structuur kan dan in organieke wetten worden uitgewerkt.”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s