Bewoners kampong Mariënburg staan achter zoektocht naar massagraf uit 1902

Met Nikki Mulder

MARIËNBURG – In tegenstelling tot eerdere berichten zien bewoners van Mariënburg uit naar de zoektocht naar het massagraf in die plaats. Dat blijkt uit een rondgang langs inwoners door de Ware Tijd. Eerder dit jaar verzette de ‘projectdrager’ van Mariënburg, Michel Sjak Shie zich nog tegen lokalisatie van de slachtoffers van de opstand in 1902, omdat de bewoners liever zouden willen dat de zaak met rust wordt gelaten.

“Het is goed dat ze gaan zoeken”, zegt Heraldo Faisel. “Er staat nu een monument, maar niet op de plek waar de mensen zijn begraven.” Erna Asmodikromo hoorde van haar familie niets over de gewelddadige episode in de geschiedenis van het dorp. “We wonen hier, maar we weten zelf niet precies wat er is gebeurd.” Ze hoopt dat de vondst van het graf meer aan het licht brengt over de gebeurtenis in 1902. Toekijani Soekardi werkte veertig jaar op de voormalige suikerfabriek en is tegenwoordig dé gids voor bezoekers van de ruïnes. “Als de weg naar de plek begaanbaar wordt gemaakt, breng ik de toeristen er naartoe”, zegt Soekardi.

In 1902 werden zeventien contractarbeiders van de toenmalige plantage Mariënburg gedood bij een opstand van werknemers. De lijken werden begraven in een massagraf, maar de precieze locatie daarvan is onbekend. Archeoloog Benjamin Mitrasingh wil de stoffelijke resten opsporen en vermoedt dat de slachtoffers vlak naast de voormalige spoorbaan liggen. Eind vorig jaar schreef Sjak Shie echter aan minister Soewarto Moestadja (Binnenlandse Zaken) dat de kampongbewoners geen behoefte hadden aan het archeologisch onderzoek.

“Ik ben tegen die opgraving”, aldus Sjak Shie. Volgens hem is er al genoeg ellende geweest in de geschiedenis van Mariënburg en kunnen de doden beter met rust worden gelaten. Sjak Shie: “Alle bewoners zeggen me: ‘meki den sma tan drape’. Mijn grote bezwaar is dat de mensen in de kampong nog leven in omstandigheden van honderd jaar geleden. Niemand heeft daar iets aan gedaan. Als elk bot diamanten ringen had, dan zou ik zeggen: ga je gang.”

Omdat hij “niet weer het zwarte schaap wilde zijn”, gaf Sjak Shie naar eigen zeggen zijn verzet op. Vorige week verklaarde president Desi Bouterse voorstander te zijn van het archeologische onderzoek. Daarop kwamen Sjak Shie, Mitrasingh en de districtscommissaris (dc) van Commewijne, Ingrid Karta-Bink onder leiding van minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken bijeen om de aanpak van het project te bespreken.

Sjak Shie meent dat de kampongbewoners die de Ware Tijd heeft gesproken positief waren over het plan, vanwege de huidskleur van de verslaggevers. “Op alles zeggen ze ‘nge’, dat betekent: ‘ja, is goed’. Dat hebben ze van de Hollanders geleerd. Als je een andere mening had, kreeg je problemen.” Dc Karta-Bink spreekt dat tegen en is blij met de ondersteuning van de kampongbewoners. “Zij weten wat er reilt en zeilt, ze hebben uit hun hart gesproken”, zegt ze. Vandaag heeft de burgermoeder een nieuwe overlegronde over het project met het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s