Mariënburg neemt langzaam afscheid van het grote vergeten

Met Nikki Mulder

“Ik zit met die vraag. Waarom is precies beschreven waar ze zijn vermoord, maar niet waar ze zijn begraven?” Toekijani Soekardi, dé gids van Mariënburg, staat met een mapje met krantenknipsels en foto’s onder zijn arm op het erf van de plantage. We staan bij het monument dat is gewijd aan de zeventien arbeiders die in 1902 op deze plaats werden doodgeschoten. Maar het is niet de plek waar ze zijn begraven. Waar ze liggen weet niemand.

Het Mariënburg van de moderne suikerfabriek brokkelt langzaam af. Maar het Mariënburg van 1902 komt steeds meer in focus. De archeoloog Benjamin Mitrasingh heeft met stichting Cultuureducatie Suriname het plan opgevat om de slachtoffers te vinden. Hoe leven de gebeurtenissen door op het terrein van de fabriek en de kampong ernaast?

Er stonden ze groene tuinen te wachten. Met die belofte werden in Brits-Indië arbeiders geworven voor de Nederlandse kolonie Suriname. Na de afschaffing van de slavernij gingen de plantages op zoek naar alternatieve goedkope arbeidskrachten. Die werden gevonden in India en later in Indonesië. Maar de omstandigheden voor de immigranten waren erbarmelijk. Wanhopige arbeiders namen hun toevlucht tot geweld. In 1891 werden op twee plantages opzichters doodgeslagen.

“Die arbeiders werkten hard voor een klein bedrag”, zegt de jonge Heraldo Faisel. “Misschien dat ze daarom in opstand zijn gekomen.” Hij sleutelt aan een bromfiets tussen dezelfde barakken waar de immigranten van toen waren gehuisvest. Anno 2013 lijkt er weinig veranderd aan de slechte omstandigheden van de kampongbewoners. Door de gaten in een houten plank van een barak zie je de snoeren van de televisie lopen. Het leven van de inwoners is verstrengeld met de plantage en de fabriek.

Dienstrooster

Gids Soekardi is daar een mooi voorbeeld van. Hij werkte veertig jaar lang op de suikerfabriek, eerst bij de technische dienst, later als chemisch analist. Hij kan het productieproces nog haarfijn uitleggen en kent zelfs het dienstrooster nog uit zijn hoofd. Want de fabriek draaide 24 uur per dag.

Overdag in het lab hield hij letterlijk de suiker tegen het licht. In een donkere kamer kon je aan de kleur van het sap zien wat het suikergehalte was. “‘s Nachts hoefde je alleen je ogen open te houden om te kijken of de arbeiders wel aan het werk waren.”

We lopen door zijn laboratorium. Althans, wat daarvan over is. In plaats van elektrische leidingen slingeren zich nu boomwortels langs de muren. Onder onze voeten geen tegelvloer, maar stronken en puin. “Toen zag ik de machines draaien. Wie had ooit gedacht dat het zo zou worden? Kijk eens hoeveel rommel. Er wordt niet eens schoongemaakt.”

Vergeten

Maar over ‘1902’ weet Soekardi minder te vertellen. “Die historie is vergeten”, zegt hij. “Dat ding is nooit in ons hoofd gezet.” Zijn grootouders moeten het meegemaakt hebben, maar er werd thuis nooit over gepraat. “Ze durfden niet, die oudjes van toen.” En niemand is er naar komen vragen.

Daarom duiken we de boeken in. In 1902 was de situatie op Mariënburg gespannen. De Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders zijn ontevreden over de directeur van de plantage, James Mavor. “Het leidt geen twijfel dat Mavor probeerde te bezuinigen”, schrijft de consul van Groot-Brittannië destijds.

“Hij verlaagde het loon voor rietkappen. En er was veel ongenoegen omdat hij zich inliet met koelievrouwen, en hij de verwanten van die vrouwen voortrok. Ik heb uit betrouwbare bron vernomen dat vóórdat het tot de woelingen kwam, een koelie zei dat hij de directeur een kopje kleiner zou maken, omdat hij zijn vrouw lastigviel.”

Rietkappen

Op 27 juli barst de bom. Een groep arbeiders krijgt opdracht om riet te kappen, maar ze weigeren. Ze vinden de vergoeding te laag. Als Mavor op de hoogte wordt gebracht, laat hij weten dat hij een kleine som geld zal toeleggen. Maar de arbeiders vertikken het. Ze besluiten met Mavor zelf te overleggen en trekken rustig naar zijn kantoor.

Mavor stemt toe: hij zal naar de velden komen voor overleg. Hij gaat echter wel op zijn paard: een duidelijk teken van zijn hogere status. De directeur belooft ter plekke nog een kleine loonsverhoging, maar nog zijn de arbeiders niet tevreden. Ze willen de districtscommissaris spreken. Ze hebben een pas nodig om de plantage te verlaten: Mavor geeft drie man toestemming.

Als de directeur aanstalten maakt om het veld te verlaten, escaleert de situatie. Sommige Hindoestanen beginnen met stenen te gooien. Mavor springt op zijn paard en rijdt snel weg, gevolgd door tweehonderd woedende arbeiders.

Vlucht

De directeur vlucht de fabriek in, terwijl zijn administrateur zijn paard overneemt om de politie te roepen in Belwaarde. De menigte groeit aan en begint de plantagewinkel te plunderen. De arbeiders ontdekken dat hun directeur zich verschuilt in de fabriek. Ze dringen het gebouw binnen en slaan Mavor dood.

Als de dc later die dag samen met de procureur-generaal, dertig politiemannen en 126 militairen op de plantage aankomt, zijn de gemoederen al weer bedaard. De dc begint de volgende dag mannen te arresteren. Een menigte trekt op van de kampong naar het kantoor om de vrijlating van de arrestanten te eisen.

Een luitenant met tien soldaten krijgt opdracht de demonstranten te stoppen bij de brug, die van de kampong toegang biedt tot het fabrieksterrein. Tot vijfmaal toe wordt de menigte gesommeerd zich te verspreiden. Dan geeft de procureur-generaal opdracht om te schieten.

Zeventien Hindoestanen vinden de dood. Er vallen 39 gewonden, van wie er zeven later overlijden.

Massagraf

Het lijk van Mavor wordt samen met de gewonden naar de stad gebracht. Zijn stoffelijke resten worden later op het plantageterrein begraven. “Dat graf is er nog”, weet Soekardi. “Maar de weg er naar toe is helemaal overwoekerd.” De lijken van de zeventien Hindoestanen hebben de autoriteiten waarschijnlijk in een massagraf op de plantage gegooid, onder een laag ongebluste kalk.

Archeoloog Mitrasingh gaat ervan uit dat de lijken op een trolley zijn geladen en niet ver van de spoorbaan in de grond zijn begraven. “Ik wil het graf lokaliseren en netjes achterlaten. Steentje erop, klaar”, zei Mitrasingh eerder tegen de krant. Hij wil eerst met een helikopter luchtfoto’s maken. Door de gebruikte kalk verwacht hij dat er plaatselijk minder vegetatie is, en dat het graf daaraan te herkennen is.

Bloeitijd

Het moet een enorm trauma voor de hechte plantagegemeenschap geweest zijn. Toch lijkt Soekardi gelijk te hebben als hij zegt dat de historie vergeten is. Oma Sobeh woont in de kampong en is bijna tachtig. “Ik weet niets over die gebeurtenis. Maar ja, ik heb geen scholing.” Haar overbuurvrouw Erna Asmodikromo heeft een verklaring. “Het waren immigranten hè. Die vergeten liever de tegenslagen in het leven”, zegt ze voor de bloemenzee die haar kampongbarak aan het zicht onttrekt.

“We wonen hier, maar we weten zelf niet wat er precies is gebeurd. Alleen die mooie dingen, de bloeitijd van de fabriek, daar hebben we het over.” Daarom is Asmodikromo wel benieuwd naar de zoektocht naar het graf. “Misschien komen we zo meer te weten en kunnen we onze kinderen er wél over vertellen.” Ook Heraldo Faisel vindt de zoektocht een goed idee. “Er staat nu een monument, maar niet op de plek waar de mensen zijn begraven.”

Verzet

Iemand die daar anders over denkt is Michel Sjak Shie, de ‘projectdrager’ van Mariënburg. Hij verzette zich tegen de zoektocht naar het graf. “Er is daar zoveel slechts gebeurd”, werpt hij tegen. De man die in het veld werd gegooid om dood te bloeden, nadat zijn been onder de trolley was gekomen. De Hollandse opzichters die elke avond met vrouwen uit de kampong achter de gesloten deur van de ‘stafclub’ verdwenen. “Moet ik dat óók oprakelen?” herhaalt hij telkens, met stijgende emotie.

De historica Rosemarijn Hoefte schreef uitgebreid over de geschiedenis van hindoestanen en Javanen in Suriname. “Ik weet niet of het lokaliseren van het graf meer licht zal werpen op de toedracht, omdat er waarschijnlijk weinig over is van de lijken”, mailt ze vanuit Nederland. “Maar het graf kan wel dienen als een herdenkingsplek.” Voor Soekardi is het vooral belangrijk dat de plek begaanbaar is. “Dan neem ik de bezoekers er mee naartoe.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s