Over land van Paramaribo naar Belém in Brazilië

Alleen met een grote boog over de buurlanden heen vliegen als je even het land uit wilt? Dat moet anders kunnen. Ewout Lamé trok de stoute schoenen aan en ondernam een expeditie: zonder eigen auto, over land, van Paramaribo naar Belém in Brazilië. Waarschuwing: dit verhaal loopt goed af.

Het oversteken van de grens tussen Frankrijk en Brazilië gaat niet veel anders in zijn werk dan de oversteek van de Waterkant in Paramaribo naar Meerzorg.

Dat merken we als op een bewolkte morgen in december uit het busje stappen dat ons van Cayenne, de hoofdstad van Frans-Guyana, naar het grensplaatsje Saint-Georges-de-l’Oyapock heeft gebracht. We vinden een plek in een overkapt bootje, dat ons in twintig minuten stroomopwaarts brengt naar het stadje aan de Braziliaanse kant: Oiapoque.

Business as usual, nóg wel. We varen namelijk onder een enorme hangbrug door, die Frans-Guyana met Brazilië zal verbinden. Hij is nog niet open, want aan de Braziliaanse kant moet nog een stukje asfalt worden aangelegd.

Als je van Paramaribo over land naar Brazilië gaat valt er vooraf weinig te plannen. In die wetenschap staan we aan de waterkant van Oiapoque, dat ademt als een grotere versie van Albina.

Er zijn bussen van Oiapoque naar de volgende stop Macapá. Maar wij besluiten een zitplaats te huren in een 4×4: langs de waterkant bieden chauffeurs hun diensten aan. De voertaal met buitenlanders is hier Frans, zo blijkt; de kennis van Engels is nog altijd niet wijdverspreid in Brazilië.

De chauffeur stopt even bij een werkplaats om een band te laten verwisselen. Bij het bord dat de stadsgrens aanduidt slaat hij nadrukkelijk een kruis: de expeditie kan beginnen. De asfaltweg is prima… maar houdt na honderd kilometer abrupt op, en dan zitten we op ‘good old’ lateriet door dicht bos.

Juist dan begeeft een band het – de nieuwe, uiteraard. Toch maar een ouder exemplaar uit de bak erop geschroefd – en we kunnen weer op weg. Na een uurtje of twee begint het asfalt weer even onaangekondigd als het was opgehouden. Kennelijk een begrotingsfoutje bij de Brazilianen.

Als de avond valt, verlaten we het bos en rijden we over schitterend, verlaten aandoend savannegebied, met hier en daar vee en een groepje bomen. Vlak voor Macapá verlaat het asfalt ons weer; na een modderrally in het donker rijden we na middernacht de stad binnen.

De voornaamste trekpleister van Macapa (400.000 inwoners) is een Portugees fort uit de achttiende eeuw, dat met zijn imposante wit gestuukte muren ligt te blaken in de zon. Opvallend is dat er verder geen historisch centrum is.

Op dit punt mondt de Amazonerivier uit in de Atlantische Oceaan. Aan de waterkant is een fraai park aangelegd waar, ook eettentjes te vinden. Op een pier kun je ’s avonds uitwaaien. Nog een geografische eigenaardigheid: Macapá ligt exact op de evenaar. Een enorm betonnen monument even buiten het centrum herinnert daaraan.

Er zijn geen wegverbindingen met de rest van Brazilië: rivierboten gaan door de Amazone naar het westen, richting Manaus, of naar het zuidoosten, naar Belém.

’s Morgens vroeg gaan we naar havenplaatsje Santana, vanwaar de boten vertrekken. Aan de kade lijken we beland in de negentiende eeuw: een mensenmassa verdringt zich rond een ranke boot van drie verdiepingen. De open dekken bieden de kleurige aanblik van honderden hangmatten. Er zijn maar een paar hutten aan boord. Wij zullen samen met het gros van de 260 passagiers de komende 24 uur in onze hangmat doorbrengen.

Aan boord veel gezinnen. Het feit dat we geen Portugees spreken weerhoudt huisvrouwen er niet van om een gesprek ‘tegen’ ons te voeren. Ondanks de vriendelijke sfeer is ons door Braziliaanse vrienden op het hart gedrukt goed op onze spullen te letten. Lockers ontbreken.

We laten het schitterende rivierlandschap aan ons voorbij glijden. De boot vermijdt de open zee en zoekt zijn weg door de vele zijarmen van de Amazone. Nu eens smal, dan weer zo breed als een meer.

We merken dat medepassagiers plastic zakken overboord zwiepen. Afval? Nee, presentjes voor de binnenlandbewoners. Zo schattig mogelijk zwaaiend komen hun kinderen aangeroeid om de pakketjes op te vissen. Een gebruik dat reisgenoot zich herinnert van de boot naar Moengo in zijn jeugd.

Na een nacht in de hangmat, met Brazilianen op één centimeter afstand, tegen het geluid van een bonkende motor, worden we dazig wakker. Rond het middaguur naderen we de kade van Belém. De aanblik van de stad vanaf het water is schitterend. Maar er wacht ons nog drie kwartier in de rij voor een politiecontrole, voor we de haven af mogen.

Belém voelt aan als een bruisende Europese stad. Dat alles een beetje vervallen is, maakt de stad alleen maar fotogenieker. In de smalle straatjes prijzen een soort MC’s voor de winkels via een geluidsinstallatie luidkeels hun waren aan.

Op de Ver O Peso-markt bij de rivier kun je heerlijk eten. Onder de moderne overkapping bevinden zich tientallen kleine keukentjes, waar je kunt aanschuiven voor bijvoorbeeld podosiri (açai). Iets verderop zijn oude havengebouwen omgebouwd tot chique restaurants.

Achter restaurant Palafita (Rua Siquiera Mendes 264, naast de kathedraal) bevindt zich een houten pier boven de rivier, waar we ’s avonds genieten van een caipirinha en een fantastisch optreden van sambazangers. De gasten zingen luidkeels mee met de bands.

We hebben besloten het ons gemakkelijk te maken voor de terugreis: op vertrouwde vleugels vliegen we vanuit Belém terug naar Suriname. Conclusie: over land naar Brazilië – comfortabel is het niet, maar wel een groot avontuur.

Praktische informatie

Busjes van Cayenne naar Saint Georges vertrekken vanaf de Avenue de la Liberté in het centrum. Vraag naar telefoonnummers van chauffeurs als u bij uw overnachtingsplek opgehaald wilt worden. Of laat uw chauffeur vanuit Saint Laurent bemiddelen: die spreekt waarschijnlijk ook Sranantongo.

Busreis naar Saint-Georges duurt ongeveer anderhalf uur en kost 40 euro. Vraag uw chauffeur langs te rijden bij de Gendarmerie voor een Frans uitreisstempel. Niet nodig voor EU-paspoorten.

Inreisstempel voor Brazilië halen bij de Federale Politie in Oiapoque, Avenida Barão do Rio Branco nummer 500 (10 minuten lopen vanaf de waterkant). Medisch paspoort met bewijs van gele koorts-inenting is verplicht.

Een plek in een 4×4 van Oiapoque naar Macapá kost 80 reais. Een biljet voor de boot van Macapá naar Belém kost 170 reais voor een hangmat (zelf meenemen); een hut is 270 reais (375 SRD). Iedere dag ’s ochtends een afvaart van verschillende rederijen uit het havenplaatsje Santana (45 minuten rijden vanaf Macapá). Taxichauffeurs vanuit Oiapoque bemiddelen in tickets, of u kunt uw hotel vragen een reservering te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s